Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


begrippen

Begrippen en afkortingen


Backup Copie van onvervangbare bestanden, deze dient tijdens operatie regelmatig te worden gemaakt om bij problemen weer snel in de lucht te kunnen zijn.

DHCP Dynamic Host Configuration Protocol, hiermee wordt een PC bij het opstarten automatisch voorzien van de juiste netwerk-parameters zoals IP-adres, subnetmask en gateway.

DNS Domain Name Service, hiermee wordt een internet naam (bijv. www.google.com) vertaald naar een IP-adres waarna een verbinding kan worden gemaakt.

Firewall Apparaat of softwaretoepassing waarmee ongeoorloofd access tot een computer kan worden afgedwongen. Over het algemeen zal iedere standaard ADSL-modem of home-router deze functie vervullen. Hierbij wordt bijv. alle verkeer van buitenaf tegengehouden terwijl verkeer van binnen naar buiten wel mogelijk is.

Gateway Dit is het IP-adres van de router in het netwerksegment waarin de betreffende computer zich bevindt. Deze gateway weet hoe een verbinding verder het internet in moet worden gelegd.

Glasvezel Data-transport kabel type. Het voordeel van het gebruik van glas boven dat van koper (UTP) is de zeer hoge capaciteit, dat het ongevoelig is voor electromagnetische storingen en dat de lengte vele malen langer mag zijn dan van UTP. Nadeel is de mechanische kwetsbaarheid.

IP-adres Internet Protocol, adressering die voor ALLE nodes op internet wordt gebruikt. Deze bestaat uit 4 getallen, ieder tussen 0 en 255. Hierin kan nog onderscheid worden gemaakt in public en private IP-adressen. Private adressen (RFC1918) beginnen met : “10.”, ”172.16. – 172.32.” of ”192.168.” en dienen in de verbinding naar internet te worden vertaald naar public adressen, dit gebeurt via het NAT-protocol.

IPV6 Omdat alle IP-adressen in het oude IPV4 protocol zijn uitgegeven is hiervoor een vervangend protocol ontworpen dat t.z.t. IPV4 helemaal zal moeten vervangen. In de komende jaren zal IPV4 steeds meer worden vervangen door IPV6. De fysieke bekabeling blijft hier ongemoeid.

LAN Local Area Network, algemene benaming voor het network.

MultiUser Mogelijkheid om een programma gelijktijdig met meerdere gebruikers te gebruiken. Uiteraard is RKKLOG Multi-user.

NAT Native Address Translation, met dit protocol worden (private) IP-adressen vertaald naar een of meer externe adressen, hiermee worden de IP-adressen efficienter gebruikt.

NTP Network Time Protocol, hiermee wordt de klok van een PC nauwkeurig gesynchroniseerd met de wereldtijd vanuit internet.

POP3 Post Office Protocol, hiermee wordt email vanaf een centrale server binnengehaald.

Router Apparaat waarmee broadcast domains worden gescheiden, hiermee worden verschillende netwerken via het TCP/IP protocol onderling gekoppeld.

Share Gebied in het netwerk (directory op PC) dat door meerdere PC’s kan worden benaderd voor bijv. Multi-user programma’s.

SMTP Simple Mail Transfer Protocol, hiermee worden emails verstuurd.

Subnetmask Rij van 4 getallen tussen 0 en 255 die bepalen hoe naar een IP-adres moet worden gekeken, binaire “1”= netwerk, binaire “0”=host. Een redelijke keuze voor een standaard (thuis) netwerk met maximaal 254 nodes is 255.255.255.0 (class C). Switch Apparaat waarmee meerdere computers aan elkaar kunnen worden gekoppeld en dat efficiënter werkt dan een hub.

UTP Unshielded Twisted Pair, dit is de meest gebruikte kabel voor netwerkverbindingen. De kabel bestaat uit 4 aderparen die volgens een bepaald systeem zijn getwist, lengte is maximaal 100 meter. Voor ethernet worden aderparen 1+2 (oranje) en 3+6 (groen) gebruikt, voor analoge telefonie kan aderpaar 4+5 (blauw) worden gebruikt (eventueel samen met data). In geval van een gigabit verbinding worden alle aderparen gebruikt.

/var/services/web/dokuwiki/data/pages/begrippen.txt · Laatst gewijzigd: 2013/09/15 20:29 door Jan de Grood